Avondritueel

Wij hebben een avondritueel. Elke avond krak hetzelfde en daar wordt maar zelden van afgeweken. Na de praktische zaken zoals pyjama aan, tanden poetsen en verhaaltje (voor)lezen vraag ik mijn jongens altijd wat het minst leuke van de dag was (en geloof me, zo kom je al eens iets te weten) en daarna ook wat ze die dag het allerleukste vonden.

GroteMan die kent mijn ritueel al goed, dus na het verhaal begint hij meestal spontaan te vertellen wat hij wel of niet leuk vond aan de voorbije dag. En toen kreeg ik dit te horen:

Mama, weet je wat ik echt niet leuk vindt ? Dat ik altijd zo moe ben van al dat werken op school, ik zou eigenlijk al veel liever op pensioen willen zijn…

Hij denkt aan school. In de vakantie.

Zijn ogen blinken van trots als hij aan alleman vertelt dat hij volgend schooljaar bij juf Elke zal zitten, dezelfde juf waar zijn “grote” vriend Thibo vorig jaar ook bij zat. Zijn ogen gaan glinsteren van plezier wanneer hij een extra snoepje vraagt omdat zijn vriendinnetje Eleonore dat ook zo graag eet en hij haar wil verrassen als ze samen bij de nieuwe juf zitten (“En voor Kaat ook nog eentje, mama…”). Zijn ogen vernauwen zich tot spleetjes als hij vertelt hoe sommige jongens uit zijn klas soms konden slaan en duwen en trekken.

Je zou haast denken dat hij de school mist in de vakantie.

En, KleineMan, vertel mij eens, wat is het leukste wat je tot nu gedaan hebt in de vakantie? Zijn gezichtje wordt plots ernstig en hij denkt diep na. Dat ik niet naar school moet, mama….

Dakvogels

’s Middags aan tafel worden ten huize Wijplukkendedag de meest interessante gesprekken gevoerd. En laat ik nu net een dag extra in de week hebben om dat een beetje te stimuleren.

“Uilen zijn de bewakers van het bos” was de stelling voor vandaag. Althans volgens GroteMan, en dus pikten wij daar graag op in. En ging het even later over bosuilen, steenuilen en kerkuilen. Kerkuilen die zich vooral in -jawel- kerken, torens en schuren nestelen.

En toen een paar eksters even gingen uitrusten op het dak van de buren, merkte KleineMan gezwind op “kijk mama, dakvogels !”

En plots was ie daar

Plots was ie daar, de rollende r. Van de ene op de andere dag, zo lijkt het wel. Kleineman heeft geen grlote brloerl meer, maar een grrrote brrroerrr. Nu horen wij hier dus steevast trrram, prrrachtig en rrrecht. De kat krabt de krollen van de trap, heb ik hem nog niet laten zeggen, neen…

Zo van de ene op de andere dag, ik vind dat vreemd. Ik dacht dat dat een geleidelijk proces was, of misschien iets a la “je kan het, of je kan het niet”, ’t is ook niet dat ik -of iemand anders- hem speciaal liet oefenen daarvoor. Nee, gewoon, vanzelf ging dat. Is dat iets dat moet groeien ? De tong, de mond, de stembanden, ik weet het niet. Maar hopelijk geraakt ie ze nooit meer kwijt, die rollende r.

Kinderlogica

Sedert GroteMan nu een nachtlampje in zijn kamer heeft, kruipt hij bijna elke avond in bed met de mededeling dat hij zelf wel zijn lampje zal uitdoen. Alleen zijn het soms erg vermoeiende dagen voor dat kind (of hij gaat gewoon te laat slapen, tsss) zodat hij al een paar keer boenk in slaap viel zonder zijn lamp aan te raken. Maar elke avond sluip ik nog eens de kamer van de jongens binnen om nu ook een lampje uit te doen. En op een morgen confronteer ik GroteMan hier eens mee.

Wat u vooraf nog moet weten om het verhaal te kunnen volgen. GroteMan denkt dat hij met zijn ogen open slaapt, want -zo beweert hij- als hij ze dicht doet, dan droomt hij en dat vindt hij meestal niet leuk. Ogen open dus.

Ik: Zeg GroteMan, gisteren ben je vergeten je lichtje uit te doen. Maar ik ben het komen uitdoen voor ik zelf ging slapen.

GroteMan: (Eén en al verbijstering) Dat kan niet, ik heb je niet gezien.

Ik: Ah neen, natuurlijk niet, je sliep.

GroteMan: Maar je weet toch dat ik altijd met mijn ogen open slaap. (2 minuten stilte). Naar welke kant keek ik?

Ik: Je lag met je gezicht naar de muur (weg van de deur dus).

GroteMan: Zie je wel (met nen air van ik heb toch altijd gelijk), zo kan ik je toch niet gezien hebben, mama (denk het roloog er maar bij).

Is dat niet wat vroeg?

Mijn kinderen maken soms ruzie (aha, dat wist u nog niet, hé). En meestal gaat dat dan over wie iets als eerste mag. Als eerste iets vertellen aan mama, bijvoorbeeld, ruzie dat daar al voor gemaakt werd… Maar gisterenavond ging het over wie als eerste geboren werd. GroteMan weet al goed dat hij de oudste is en dus -volgens hem- als eerste papa zal worden, en als eerste politieman en -niet geheel onbelangrijk- als eerste in de buik zat. Maar dat was niet naar de zin van KleineMan die bij hoog en bij laag beweerde dat hij de eerste was, enfin, u kunt het zich wellicht al voorstellen, het werd zo een “nee, ik”, “nee, ikke”, “nee, ik” spelletje. Tot KleineMan mij met grote ogen aankeek en vroeg “maar mama, hoe komen die baby’s dan in uw buik?”

Slik, daar stond ik dan met mijn mond vol tanden, ik kon nog net “KleineMan, gij zijt nog maar net drie jaar geworden, ga maar spelen” onderdrukken, en vertelde hem dat die babytjes eerst heel klein zijn, en dan in mama’s buik groeien. Dat volstond blijkbaar want als antwoord kreeg ik “Cool hoorl”. En weg was hij, mijn kleine grote drie jarige…

Werkend Hert

Werkend Hert, dat is de totemnaam van GroteMan. Ja, nog voor hij goed en wel is ingeschreven bij de scouts. Dat gaat hier soms zo. Vooral als ze in de klas met het thema “indianen” werken.
Werkend Hert, het heeft wel iets, en het past wel bij hem ook. Hoe zijn klasgenootjes aan die naam gekomen zijn, is mij niet helemaal duidelijk. Volgens GroteMan mochten ze het dier zelf kiezen, en werd het adjectief via een soort stemming in de klas bepaald. En GroteMan doet niets liever dan “werkjes” maken in de klas (thuis trouwens ook), hoe meer het kind doolhofjes kan ontwarren (vooral dat!), krullen schrijven of teloefeningen kan maken, hoe gelukkiger hij is (behalve als de zon schijnt, dan vind je hem buiten, de natuur aan ’t exploreren – ik ben er zeker van, de scouts, da’s iets voor hem).

Maar Werkend Hert, hmm, naast Grappige Parkiet, Lieve Hond, Lopend Paard,… vind ik dat zo slecht nog niet. En u, hebt u een totem?